Nieuwe docent aan het woord: Harry van den Berselaar

In deze rubriek stellen wij graag nieuwe docenten aan u voor. Dit keer is dat Harry van den Berselaar.
Hij is inleider en onderzoeker, schrijft in de Bossche stadstaal en verdiept zich in de Brabantse connectie met Spanje tijdens het Habsburgse vorstenhuis. Harry studeerde Nederlands (MO-B) en behaalde een Master in Corporate Communication. Vanaf woensdag 18 maart verzorgt hij in Den Bosch de vijfdelige cursus: ‘In de schaduw van de Brabantse Gouden Eeuw’

“In 2002 verscheen mijn boek over de Bossche stadstaal: ‘Wè zeet uwes’. De nodige jaren van onderzoek gingen aan dat moment vooraf. ‘Wat doe je hierna met je vrije tijd’?, vroeg mijn vrouw. ‘Je valt wellicht in een gat’. Rond die tijd zag ik op de Empelse Dijk (gemeente ‘s-Hertogenbosch) een Mariakapelletje. Het was hier aan de Maas gebouwd ter herinnering aan o.m. de veldslag die er in 1585 plaatsvond. Aan deze kant van het water stonden de troepen van de Spaanse landsheer en aan de aan de andere zijde de Staatse opstandelingen. ‘1585’, dacht ik, ‘nooit van gehoord’. Waarna ik in de boeken dook.

Als snel werd duidelijk dat ik een nieuwe taal moest gaan leren. Met mijn kennis van het Frans en het Italiaans werden de Spaanse bronnen niet echt een open boek. Mijn eerste publicatie over de Spaanse Nederlanden verscheen in 2005. Centraal daarin stond ‘Het Wonder van Empel’ in 1585. Inmiddels waren mij verschillende zaken duidelijk geworden. Zo legt de Nederlandse geschiedschrijving van de Spaanse Tijd (ca.1500-1648) het accent op de Opstand tegen de Spaanse ‘bezetter’. Om vervolgens het ontstaan van de Republiek en haar Gouden Eeuw te benadrukken. Naar de wederzijdse beïnvloeding die decennialang op commercieel en cultureel gebied tussen Noord en Zuid plaatsvond, blijkt in ons land nauwelijks studie verricht (te worden). Die aandacht vond ik bij Vlaamse en Spaanstalige onderzoekers. En in het werk van de Nederlander Raymond Fagel (inmiddels universitair docent in Leiden) die mij een exemplaar van zijn promotie toestuurde.

Al in de Bourgondische Tijd vond er een uitwisseling plaats van mensen en goederen tussen het Iberisch Schiereiland en de 17 Nederlanden. Door vererving (géén bezetting dus) maakte het Bourgondische Huis onder Filips de Schone plaats voor dat van de Spaanse Habsburgers;  de ‘trek’ naar het Zuiden ging voort. Vooral het voormalige Graafschap Vlaanderen en het oude Hertogdom Brabant bleken aantrekkelijk voor de vestiging van Spaanse handelshuizen en bankiers. Andersom gingen metselaars, steenhouwers, beeldsnijders, schilders, architecten, tuinlieden, musici e.v.a. aan de slag aan de andere kant van de Pyreneeën. Talloze goederen en kunstwerken verspreidden zich over de gebieden binnen de Spaanse invloedssfeer. Verluchte handschriften, gobelins en het werken van de Vlaamse Primitieven vormden de top-3 onder adel en geestelijkheid. Tijdens de bezoeken aan (voormalige) Spaanse steden en streken werd mij duidelijk hoe sterk het voormalige ‘moederland’ Spanje schatplichtig is aan gebieden in het huidige België en Nederland. Ik bouwde een internationaal netwerk op en er volgden meer publicaties.

Bij genoemde wederzijdse beïnvloeding zette in de periode 1496-1585 het oude hertogdom Brabant de toon. Tijdens de Brabantse Gouden Eeuw vormden drie hoofdsteden de motor: Antwerpen, Brussel en Leuven. In het gevolg van dit trio liftte ’s-Hertogenbosch mee als vierde Brabantse hoofdstad.

Het zogeheten hollandistische narratief over het ontstaan van het huidige Nederland volgt een andere verhaallijn dan in de voormalige Hanzegebieden of de Generaliteitslanden (waaronder Noord-Brabant). Met lezingen en publicaties wil ik genoemd narratief relativeren en aanvullen. Zo ook met deze HOVO-cursus.”


Meer informatie over deze cursus van Harry van den Berselaar, klik hier

Brochures