Hoe de kloof tussen rijke en arme landen ontstond
De grote ongelijkheid in historisch perspectief
- Cursusnummer: 27W02
- Vakgebied: Geschiedenis
- Locatie: Tilburg
- Seizoen: Winter 2027
- Dag: Woensdag
- Tijd: 10.00 - 15.45 uur
- Cursusdata: 06 januari
- Prijs: € 97.50
- Aantal colleges: 1 dag inclusief koffie/thee, lunch en afsluitend drankje
- Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen na afloop
- Cursusmateriaal:
De docent stelt voor de cursus uitvoerige documentatie ter beschikking aan alle deelnemers (teksten, grafieken, tabellen, schema’s) plus een uitvoerige literatuurlijst. Hij gaat ervan uit dat deelnemers dit materiaal hebben bekeken en bij zich hebben. Hij heeft over het thema van de dag een boek geschreven dat via open acces vrij beschikbaar is. Belangstellenden kunnen het lezen. Dat is uiteraard niet verplicht! Zie https://www.vr-elibrary.de/doi/book/10.14220/9783737001687
Hoe de kloof tussen rijke en arme landen ontstond
De grote ongelijkheid in historisch perspectief
De grote kloof tussen rijke en arme landen ontstond met de opkomst van de moderne economische groei tijdens de industrialisatie. Voor het eerst in de geschiedenis kenden delen van West-Europa, Noord-Amerika en later Japan een langdurige en substantiële stijging van het reële inkomen per hoofd van de bevolking. Veel andere landen maakten deze ontwikkeling niet door en raakten daardoor economisch steeds verder achterop. De vraag hoe dit verschil kon ontstaan, staat centraal in deze cursus.
Blok 1. In dit blok wordt besproken wat we precies onder moderne economische groei verstaan en waarom die vóór de Industriële Revolutie niet bestond.
Blok 2. In dit blok worden, soms zelfs zeer populaire, verklaringen voor industrialisatie besproken die volgens de docent niet juist kunnen zijn of op zijn best slechts een gedeeltelijk antwoord kunnen bieden. Te denken valt aan geografische verklaringen en aan verklaringen die verwijzen naar meer input (van arbeid, natuur, kapitaal, kapitaalgoederen), meer specialisatie, meer accumulatie of meer uitbuiting.
Blok 3. In dit blok wordt toegelicht waarom moderne economische groei niet mogelijk is zonder innovatie en wat daaronder wordt verstaan. De centrale vraag wordt daarmee: Wat maakt en houdt samenlevingen innovatief en welke innovaties waren cruciaal voor het begin van de industrialisatie?
Blok 4. In dit blok worden de klassieke, ‘liberale’ verklaringen besproken. Daarin staat centraal dat industrialiserende westerse economieën zouden zijn gekenmerkt door vrijheid, vrije en eerlijke concurrentie, en bescherming van privé-eigendom. Dat zou innovatie hebben bevorderd en zelfs noodzakelijk hebben gemaakt.
Blok 5. In dit blok worden alternatieve verklaringen gepresenteerd waarin veel meer nadruk ligt op de rol van onvrijheid, oneerlijke concurrentie, manipulatie en staatsingrijpen.
NB Tijdens alle blokken worden steeds vergelijkingen worden gemaakt tussen landen in Europa onderling en tussen landen in Europa en landen elders, met name China, de meest geavanceerde buiten-Europese samenleving aan de vooravond van de Industriële Revolutie. Zonder vergelijking kan immers nauwelijks worden bepaald of verklaringen plausibel zijn. De docent, die talloze publicaties over dit thema op zijn naam heeft, (zie peervries.com) zal daarbij steeds ook zijn positie in de debatten duidelijk maken.
Prof. dr. Peer Vries
Prof. dr. Peer Vries studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij ook promoveerde. Hij was van 1979 tot 2007 verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis van diezelfde universiteit. Vervolgens was hij onder meer bijzonder hoogleraar in Nijmegen, gastdocent aan de London School of Economics en in China, en gewoon hoogleraar aan de Universiteit Wenen. Van 2016 tot 2021 was hij fellow aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Zijn werk richt zich vooral op economische geschiedenis en global history. Meer informatie en publicaties zijn te vinden op peervries.com.