Moderne architectuur in Spanje
Een overzicht vanaf 1900
- Cursusnummer: 27V21
- Vakgebied: Kunst- en cultuur(geschiedenis)
- Locatie: Nijmegen
- Seizoen: Voorjaar 2027
- Dag: Woensdag
- Tijd: 10.00 - 11.45 uur
- Cursusdata: 03 maart, 10 maart, 17 maart, 24 maart, 31 maart, 07 april
- Prijs: € 220.00
- Aantal colleges: 6
- Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen na afloop
- Cursusmateriaal:
De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar
- Opmerkingen:
Reservedatum inhaalcollege woensdag 14 april
Moderne architectuur in Spanje
Een overzicht vanaf 1900
De moderne architectuur in Spanje begon rond het jaar 1900 met het zogeheten Modernismo, dat zich weliswaar tot Catalonië beperkte, maar toch meer was dan alleen een lokale variant van de Jugendstil. Net als de parallelle stromingen in andere landen kwam het voort uit de Romantiek van de vroege negentiende eeuw, die zich oriënteerde op de cultuur van de Middeleeuwen. Daar vonden de Catalanen de wortels van hun culturele en politieke erfgoed, dat samen met de herleving van hun taal als drager van de nationale identiteit aan betekenis won.
Het Modernismo was een van die zeldzame bewegingen waarin “hoge” cultuur en volkscultuur samenvloeien in een stijl die voor iedereen begrijpelijk is en door velen wordt gedeeld. De belangrijkste vertegenwoordigers van deze stroming - - A. Gaudí, J. Jujol, L. Domènech en J.Puig Cadalfalch – vulden, geïnspireerd door de natuur en gotisch rationalisme, ieder op eigen wijze de nieuwe benadering van de architectuur in.
Elders in Spanje liep het eclecticisme van vóór 1900 ongehinderd door tot diep in de twintigste eeuw. De architectuur bezat zowel regionale als historische kenmerken: een gematigd monumentalisme, de toepassing van baksteen en varianten van het classicisme (A. Palacios en A. Florez).
Na een reis van vier jaar door Europa keerde F. Mercadal in 1927 terug naar zijn vaderland en gaf hij de moderne Spaanse beweging een nieuwe impuls. Samen met o.a. R. Bergamin vormde Mercadal de Generatie ’25-beweging en hij keek vooral naar voorbeelden van het Europese Modernisme (Bauhaus, Le Corbusier). Deze invloed werd in Spanje nog sterker toen Lluís Sert in 1930 een architectengroep oprichtte (GATEPAC) die het gedachtengoed van de CIAM aanhing. Samen met Le Corbusier werd door GATEPAC het plan Macià voor de stedenbouwkundige vernieuwing van Barcelona ontworpen.
De Burgeroorlog (1936-39), met generaal Franco als overwinnaar, maakte een abrupt einde aan de moderne Spaanse architectuur, die zich pas in de jaren vijftig langzaam herstelde. De Grup R (1952) pakte de draad van de GATEPAC weer op, met een knipoog naar het Britse Brutalisme en het Italiaanse neo-Realisme (J. Sostres, A. de Moragas en G. Giráldez).
Na de dood van Franco in 1975 gaf de overheid de architectuur een nieuwe impuls door tegemoet te komen aan de behoefte aan scholen en andere openbare voorzieningen. In de lange jaren van stilte hadden docenten en studenten aan de architectuuropleidingen de tijd gehad om de ontwikkelingen van de Europese Wederopbouw na 1945 te analyseren en zo waren ze nu in staat de eisen van de politiek tegemoet te treden met adequate theorieën. In Barcelona werd de openbare ruimte op een nieuwe manier ingericht en tientallen architectenbureaus kregen opdrachten de stad te transformeren naar de moderne tijd. De grootschalige ontwerpen voor de Olympische Spelen (1992) in deze stad zijn hiervan een duidelijk voorbeeld en tonen de internationale oriëntering van de Spaanse architectuur ( Correa, Milla, Gregotti, Buxadè, Isozaki, Foster en Bofill). Maar ook in Sevilla (Cruz-Ortiz), Valencia (Calatrava), Madrid (Baldeweg) en Mérida (Moneo) verrijzen in de jaren na 1980 interessante bouwprojecten.
De nieuwste Spaanse architectuur laat voorbeelden zien van invloeden uit verschillende richtingen. Er zijn de spitse, opengebroken architectuur van E. Miralles, de scheve composities van E. Torres Tur, de minimalistische architectuur van J.Torres Nadal en de rustige continuïteit van een respectvolle modernistische architectuur van J. Bach en G. Mora.
drs. Joris van Sleeuwen
Drs. Joris van Sleeuwen is in 1991 als kunsthistoricus afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Voordien behaalde hij in 1982 aan de KU Nijmegen zijn doctoraal geschiedenis. Hij is gespecialiseerd in architectuurgeschiedenis. Vanaf 1987 is hij werkzaam in het volwassenenonderwijs en verzorgt hij HOVO-cursussen, lezingen en kunstreizen.
Uit eerdere evaluaties over deze docent:
"Een levendige docent die je meeneemt in zijn passie voor architectuur, kunst en geschiedenis. Hij vertelt echt een verhaal. De stof die hij als pdf aanbiedt, is een verdieping op wat hij verteld heeft. Heerlijk! Dat is college geven".
"Joris is een bijzonder aimabele, enthousiaste en inspirerende docent. Hij weet de stof op een leuke maar ook deskundige manier te verlevendigen. Een topper!