Onbekende parels van bekende componisten
Ongekend oorstrelend
- Cursusnummer: 26N23
- Vakgebied: Muziek(geschiedenis)
- Locatie: Nijmegen
- Seizoen: Najaar 2026
- Dag: Donderdag
- Tijd: 12.15 - 14.00 uur
- Cursusdata: 29 oktober, 05 november, 12 november, 19 november, 26 november, 03 december, 10 december, 17 december
- Prijs: € 280.00
- Aantal colleges: 8 colleges
- Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen na afloop
- Cursusmateriaal:
De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.
Onbekende parels van bekende componisten
Ongekend oorstrelend
In acht colleges behandelt Rob Raaijmans onbekend werk van bekende componisten.
College 1:
In dit college ligt de nadruk op componisten die afkomstig zijn uit Engeland en de Bourgondische gewesten. Hier ligt de bakermat van de renaissance muziek in wat wij eufemistisch de Nederlandse school zijn gaan noemen. Dat hier vooral componisten uit plaatsen in Vlaanderen, Noord-Frankrijk bedoeld zijn heeft ertoe geleid dat we dit eerder de Franco-Vlaamse school zijn gaan noemen. We komen talloze bekende namen tegen als Ockgehem en Des Prez.
College 2:
We zien en horen in dit college nieuwe stromingen in de Frans-Vlaamse generaties in het begin van de zestiende eeuw. En hoewel er in deze tijd nog geen sprake is van nationalisme zoals dat in de negentiende eeuw ontstond zullen we constateren dat er wel degelijk sprake is van opkomst van nationale stijlen in de zestiende eeuw. De geestelijke muziek die de renaissance zo kenmerkt mag zeker niet ontbreken. Daarvoor leggen we ons oor te luister in Italië, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Engeland.
College 3:
Als in 1607 Monteverdi met zijn Orfeo op de planken zet wordt dit gezien als de eerste opera in de westerse muziekgeschiedenis. Dat dit niet helemaal waar is, en dat er rondom de eeuwwisseling naar de zeventiende eeuw meer ontwikkelingen waren horen we in college 3, waarin de vocale en instrumentale muziek in hoog tempo van vorm veranderen.
College 4:
De ontwikkeling van de opera in de zeventiende eeuw heeft ook tot gevolg dat andere muziekvormen hun definitieve gestalte gaan aannemen. Zowel de uitvoering van de verhalen op het toneel, als de indeling van deze opera is aan verandering onderhevig. Parallel ontwikkelt zich andere muziek voor kerkelijk en wereldlijk gebruik.
College 5:
Periodes in de muziekgeschiedenis zijn niet altijd absoluut aan te duiden. Veel van de cultuurstijlen gaan geleidelijk in elkaar over. Na de barok en vooral voor het classisme vol op gang komt is er een periode die we preklassiek of rococo noemen. We gaan in dit college o.a. kennis maken met de ‘Empfindsamkeit’, de ‘Style Galante’ en ontdekken welke componisten juist in deze periode furore maakten.
College 6:
In het classisme komen niet alleen delen van de verlichting aan bod, maar zien we ook nieuwe vormen als sonate en symfonie ontstaan, maar volgen we zeker de operacomponisten uit deze periode. Dat hier niet alleen de Griekse tragedies een rol speelden, de evolutie in de muziekinstrumenten, maar zeker de ontwikkeling van de menselijke stem maken het achttiende -eeuwse muziekideaal compleet.
College 7:
Met de latere muziek van Beethoven betreden we de periode die we Vroeg Romantiek noemen. Een periode die dualismen in de muziek kent tussen muziek en woorden. Niet alleen in de liederen van Schubert, maar ook in andere -vaak uitgebreidere- muzikale vormen in de koormuziek. De kamermuziek krijgt een volwassen uiterlijk en de symfonische composities breiden langzaam uit in grootte van instrumentarium en lengte van deze werken.
College 8:
Als doorontwikkeling van de muziek uit de vroege romantiek zien we andere structuurvormen komen. Te denken valt dan aan het symfonisch gedicht, kamermuziek met uiteenlopende samenstellingen maar ook de splitsing in operavormen. De opera’s worden nu verdeeld in grand opera, opera comique, opera lyrique als we alleen al voor de Franse opera’s spreken. Verder komt in dit college het langzaamaan ontstaande nationaal bewustzijn aan de orde.
Rob Raaijman
Rob Raaijman, muziekhistoricus, is als opgeleid aan het Stedelijk Conservatorium Arnhem in de geschiedenis van de klassieke muziek met specialisaties: hoorn en koor/orkestdirectie. Het vormt een ‘passende’ combinatie van brede kennis van de muziekgeschiedenis én de uitvoeringspraktijk!
Na een carrière in de consultancy heeft hij lange tijd deze kennis als dirigent en als docent op middelbare scholen overgedragen. Hij mocht zijn werkzame leven als wethouder besluiten.