Menu

Marginalen in de zeventiende en achttiende eeuw

Marginalen in de zeventiende en achttiende eeuw
  • Cursusnummer: 20V20
  • Vakgebied: Geschiedenis
  • Locatie: 's-Hertogenbosch
  • Seizoen: Najaar 2020
  • Dag: Donderdag
  • Uiterste inschrijfdatum:
    30 Sep 2020
  • Tijd: 10.25 - 12.10 uur uur
  • Cursusdata: 01-oct , 08-oct , 15-oct , 29-oct , 05-nov , 12-nov , 19-nov
  • Prijs: € 215.00 (7 colleges)
  • Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen/discussie
  • Literatuur:

    De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.

  • Opmerkingen:

    Reservedatum inhaalcollege 26 november

Marginalen in de zeventiende en achttiende eeuw

Heeft het Donkere Zuiden werkelijk bestaan? Feit is dat de staatkundige, godsdienstige en economische omstandigheden in Noord-Brabant en Limburg in de zeventiende en achttiende eeuw wezenlijk verschilden van die van de provincies in het noorden van Nederland. Ook de militaire situatie was totaal anders. In Holland werd er in het kader van de ‘Tachtigjarige Oorlog’ na 1600 nauwelijks meer gevochten. In het zuiden, vooral in Limburg, bracht de Vrede van Munster in 1648 absoluut geen einde aan het militaire geweld waaronder vooral het platteland nog enkele decennia vreselijk leed. Boeren moesten zich soms verschuilen voor rondtrekkende militairen. De bevolking werd door de verschillende oorlogvoerende partijen afgeperst. Terwijl Holland zijn Gouden Eeuw beleefde, was er van welvaart in het zuiden weinig sprake.

Gereformeerde regenten en predikanten gingen in Brabant de scepter zwaaien. Uit Limburg werden gereformeerden verjaagd. Katholieken in Brabant zochten hun heil in schuilkerken of in kerken in gebieden die niet tot de Republiek behoorden. Niet alleen om godsdienstige redenen, maar ook om economische motieven trokken mensen weg. De criminaliteit nam toe. In een vestingstad als ’s-Hertogenbosch tierde de prostitutie welig. Door de toename van bedelaars en zwervers en criminele bendes nam de onveiligheid op het platteland toe.

In zeven colleges worden de maatschappelijke ontwikkelingen in de zeventiende en achttiende eeuw bekeken. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de onderlaag van de maatschappij.

College 1: Institutionele organisatie, criminaliteit en rechtspraak.

College 2: De verpaupering van een stad aan de rand van de Peel (Weert als voorbeeld).

College 3: Prostitutie in de vestingstad ’s-Hertogenbosch.

College 4: Plattelandsbevolking zoekt veilig heenkomen: de organisatie van boerenschansen.

College 5: Onderdrukking katholieke geloofsbeleving (sluiting kloosters, verdwijnen processies, komst schuilkerken en grenskerken, bedevaarten over de grens, devotie thuis )

College 6: Migratie. Godsdienstige redenen (vertrek geestelijken en katholieke notabelen uit Brabant en komst gereformeerden) Trek naar Holland om economische motieven (o.a. linnenblekers uit Weert en Helmond naar Haarlem, trekarbeiders, dagloners en dienstmeisjes naar Holland)

College 7: Criminele bendes en bedelaars (en vagebonden, Bokkenrijders, Groot Nederlandse en Brabantse bende)

Jos Wassink

Dr. Jos Wassink studeerde geschiedenis en na zjin examen hogere archiefambtenaar heeft hij gewerkt bij het Rijksarchief in Noord-Brabant en als gemeentearchivaris van Weert.  Zijn proefschrift handelt over rechtspraak en bestuur in de periode 1568-1795. Toen hij provinciaal historicus van Utrecht werd, ging hij weer in ’s-Hertogenbosch wonen. Nu heeft hij weer tijd om zich bezig te houden met zijn passie: de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch in de zeventiende en achttiende eeuw.

Uit eerdere evaluaties over deze docent:
"Enthousiaste docent die mede met zijn zeer brede kennis van de materie vlot kan inspelen op vragen van de cursisten."
"Alle lof voor de docent. Een gedreven man, met veel liefde voor zijn vak. Hij wilde van de cursus een succes maken en hij had er veel werk van gemaakt."