Menu

De Italiaanse opera

De Italiaanse opera
  • Cursusnummer: 20V05
  • Vakgebied: Muziek(geschiedenis)
  • Locatie: Tilburg
  • Seizoen: Voorjaar 2020
  • Dag: Dinsdag
  • Uiterste inschrijfdatum:
    3 Mar 2020
  • Tijd: 12.45 - 14.30 uur uur
  • Cursusdata: 03-mar , 10-mar , 22-sep , 29-sep , 06-oct , 13-oct
  • Prijs: € 194.00 (6 colleges, inclusief lesmateriaal)
  • Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen/discussie
  • Literatuur:

    De docent deelt een reader uit en stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.

  • Opmerkingen:

    (Reservedatum inhaalcollege 20 oktober);Deze cursus is het eerste deel van een tweedelige reeks over de Italiaanse opera.

De Italiaanse opera

De Italiaanse opera is een vorm van muziektheater, waarbij disciplines zoals muziek, drama, zang, toneel en regie worden gecombineerd. Opera vindt zijn oorsprong in verschillende gebieden zoals literatuur, toneel en muziek. Het begon allemaal vierhonderd jaar geleden in Italië.

Niemand weet precies wie het zonderlinge idee had om in een dramatische scéne zingend op te treden. Ofschoon de combinatie van muziek en toneel al voorkwam bij de oude Grieken en in de middeleeuwen, kwam een groep Florentijnse aristocraten aan het einde van de 16e eeuw op het idee een Griekse tragedie van muziek en zang te voorzien. Dat werd Dafne (1594) en later Euridice (1600) beide van Jacopo Peri. De geboorte van de opera was daarmee een feit en zo ontstonden er een aantal ‘dramma per musica’.

Het was Claudio Monteverdi die aan het nieuwe muzikale fenomeen een voorlopige vorm gaf met zijn opera La favola d’Orfeo (1608). Daarna werden er in rap tempo een aantal van deze werken gecomponeerd en opgevoerd in de paleizen van de aristocratie. Het uitganspunt van deze opera’s was de tekst. Componisten van deze tijd waren, naast Monteverdi, Cavalli en Cesti die samen goed waren voor ruim 150 opera’s.

Toen deze experimentele fase van de eerste opera’s voorbij was, rond 1600, brak de periode aan van de consolidatie. Nu werd niet de tekst als uitgangspunt gekozen, maar de muziek kreeg voorrang; het verhaal en tekst werden bijzaak. De zangers met hun virtuoze zang kregen de hoofdrol en vooral de castraat werd de koning van de opera; de zogenoemde zangersopera’s. De eenheid van muziek, handeling en tekst was ver te zoeken en de serieuze opera (opera seria) verstikte in haar eigen regels. Componisten zijn o.m.: Vivaldi, Pergolesi, Piccinni, A. Scarlatti. Ook de Duitse componist Handel schreef in Londen veel typische Italiaanse opera’s.

Het was tevens de tijd van de opkomst van de komische opera (opera buffa) als reactie op de opera seria, met componisten als: Pergolesi, Cimarosa, Paisiello.

Omdat de Italiaanse opera een te groot gebied bestrijkt om in zes bijeenkomsten te behandelen, wordt de cursus opgesplitst in twee delen; deel 1 van 1600 tot 1800 en deel 2 van 1800 tot heden.

Zoals altijd wordt de cursus geïllustreerd met veel geluid- en beeldfragmenten.

Leo den Oudsten

Drs. Leo den Oudsten houdt zich al ruim 50 jaar bezig met opera. Hij studeerde in 1998 af aan de Rijksuniversiteit van Utrecht met als afstudeerrichting, de opera. Naast operalezingen, –inleidingen en –cursussen, begeleidt hij al bijna 25 jaar opera- en concertreizen.