Moderne Architectuur in Groot-Brittannië
Architectuur vanaf 1900
- Cursusnummer: 26N03
- Vakgebied: Kunst- en cultuur(geschiedenis)
- Locatie: Tilburg
- Seizoen: Najaar 2026
- Dag: Dinsdag
- Tijd: 10.45 - 12.30 uur
- Cursusdata: 27 oktober, 03 november, 10 november, 17 november, 24 november, 01 december
- Prijs: € 210.00
- Aantal colleges: 6 colleges
- Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen na afloop
- Cursusmateriaal:
De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.
- Opmerkingen:
Reservedatum inhaalcollege 8 december
Moderne Architectuur in Groot-Brittannië
Architectuur vanaf 1900
Aan het begin van de twintigste eeuw genoot Groot‑Brittannië veel prestige als bakermat van architectonische en stedenbouwkundige vernieuwing. Met E. Howards Garden Cities of Tomorrow (1902) werd stedelijke groei voor het eerst theoretisch benaderd: nieuwe steden omgeven door groene zones. Het landelijke karakter en de regionale architectuur golden als ideaal. Welgestelde opdrachtgevers lieten huizen ontwerpen door toonaangevende architecten als Ashbee, Voysey, Bailly Scott, Lutyens en Mackintosh. Tegelijkertijd verschenen naar Frans voorbeeld appartementsgebouwen en kregen binnensteden een classicistisch Edwardian uiterlijk (o.a. Shaw, Blomfield).
Na de Eerste Wereldoorlog werden raadhuizen, zwembaden, bioscopen en hotels gebouwd in een decoratieve Art Deco‑stijl, waarin historische motieven (zoals Egypte) werden gecombineerd met gematigd modernisme. Strikt moderne architectuur kwam pas eind jaren twintig op, vooral in particuliere woonhuizen met duidelijke invloed van Le Corbusier. In de jaren dertig verruimden Duitse vluchtelingen zoals Gropius, Breuer en Mendelsohn de Britse blik, wat ook Britse architecten beïnvloedde (o.a. Goodhart-Rendel, Nicholson, Gibbard). Het bureau Tecton (Skinner, Drake, Lubetkin) streefde naar een combinatie van functionalisme en artisticiteit.
Na 1945 kregen lokale overheden meer bevoegdheden voor sloop, wederopbouw en publieke investeringen in woningen, scholen en universiteiten. Jongere architecten verzetten zich tegen dit “bureaucratisch rationalisme” en zochten radicale alternatieven. P. en A. Smithson introduceerden galerijflats als verkeersvrije stedelijke routes en inspireerden het New Brutalism, dat eerlijkheid in functie en constructie nastreefde. De zoektocht naar een klimaatgeschikte bouwmethode leidde tot baksteenarchitectuur, bepalend in het werk van Stirling en Gowan, die baksteen combineerden met grote vlakken standaardglas.
Vanaf de jaren tachtig kreeg Britse architectuur wereldwijde invloed dankzij de nadruk op constructie en techniek, voortbouwend op het brutalisme en geïnspireerd door het onderwijs van Peter Cook en de utopische projecten van Archigram. De zogeheten Hightech‑architectuur werd internationaal bekend door Rogers, Foster, Grimshaw en Farrell, gevolgd door jongere ontwerpers als Alsop.
Daartegenover stelden nieuwe classicisten zich als tegenbeweging op. In lijn met de opvattingen van de Prince of Wales grepen zij terug op de Georgian Style om stedelijke continuïteit te herstellen (o.a. Porphyrios, Terry).
Hedendaags geven internationaal erkende bureaus als Chipperfield, Hadid, Future Systems, Levete, Heatherwick Studio en Adjaye richting aan nieuwe ontwikkelingen.
drs. Joris van Sleeuwen
Drs. Joris van Sleeuwen is in 1991 als kunsthistoricus afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Voordien behaalde hij in 1982 aan de KU Nijmegen zijn doctoraal geschiedenis. Hij is gespecialiseerd in architectuurgeschiedenis. Vanaf 1987 is hij werkzaam in het volwassenenonderwijs en verzorgt hij HOVO-cursussen, lezingen en kunstreizen.
Uit eerdere evaluaties over deze docent:
"Een levendige docent die je meeneemt in zijn passie voor architectuur, kunst en geschiedenis. Hij vertelt echt een verhaal. De stof die hij als pdf aanbiedt, is een verdieping op wat hij verteld heeft. Heerlijk! Dat is college geven".
"Joris is een bijzonder aimabele, enthousiaste en inspirerende docent. Hij weet de stof op een leuke maar ook deskundige manier te verlevendigen. Een topper!