Menu

Wat doe ik hier? Wat moet ik?

Een kritische geschiedenis van de Westerse filosofie

Wat doe ik hier? Wat moet ik?
  • Cursusnummer: 22V17
  • Vakgebied: Filosofie
  • Locatie: Nijmegen
  • Seizoen: Voorjaar 2022
  • Dag: Dinsdag
  • Inschrijven voor:
    1 Mar 2022
  • Tijd: 13.00 - 14.45 uur
  • Cursusdata: 08-mar , 15-mar , 22-mar , 29-mar , 05-apr , 12-apr , 19-apr , 26-apr
  • Prijs: € 280 (8 colleges)
  • Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen/discussie
  • Literatuur:

    De docent verzorgt digitaal lesmateriaal. Donald Palmer, De grote vragen: inleiding in de westerse filosofie. Het Spectrum, 2001, 9027433461, € 42,99.

  • Opmerkingen:

    Reservedatum inhaalcollege 10 mei

Wat doe ik hier? Wat moet ik?

De Westerse filosofie ontstond in Griekenland toen men niet langer tevreden was met godenverhalen en zocht naar een wetenschappelijk uitgangspunt. Vragen als ‘Hoe zit alles in elkaar?’ en ‘Hoe is alles ontstaan?’ waren leidend en werden met een onbevangen leergierigheid gesteld. Wiskunde en logica konden ontstaan. Maar het bleek moeilijk te bepalen of je nu moest beginnen met de waarneming of met het logisch denken. Bovendien was er ook behoefte aan moreel houvast en aan een antwoord op de vraag ‘Wat is goed?’ Kon die vraag op dezelfde manier worden beantwoord?

Voor filosofen als Pythagoras, Socrates en Plato wees zowel de wiskunde als de vraag naar het goede naar het bestaan van een absolute dimensie, achter het zintuiglijke. Zo werd de religie er weer bijgehaald. Onbevangenheid en tomeloze denkvrijheid verdwenen naar de achtergrond. 

Een dubbele erfenis bleef bepalend: de poging alles logisch te beredeneren en het zoeken naar moreel houvast en een politiek ideaal. Dit leidt ook keer op keer tot onderling compleet verschillende benaderingen en ingenieuze bewijsvoeringen. De neiging van filosofie een specialisme te maken droeg nog bij aan stagnatie.

Tijdens de eerste helft van deze cursus kijken we terug op die geschiedenis. We proberen het ontstaan van de verschillende uitgangspunten en de begeleidende visies te begrijpen. 

Tijdens de tweede helft van de cursus zoeken we een manier om verder te komen. Uitgangspunt is een kritische filosofie die zich bescheiden opstelt en leert van andere wetenschappen. Verschillende vormen van kennis moeten op elkaar worden afgestemd en leiden tot meer zelfkennis en reële idealen. De evolutietheorie blijkt cruciaal omdat zij natuur- en menswetenschappen verbindt en daarnaast ons ontstaan en onze beperkingen begrijpelijk maakt.

Opsomming onderwerpen per college:

College 1: Monisten en dualisten in de Griekse filosofie.
College 2: Hoe bepaalde het Christendom de latere filosofie?
College 3: De strijd om de verhouding tussen natuur en God tijdens de verlichting.

College 4: De filosofie keert in zichzelf: filosofie tijdens de laatste eeuwen.
College 5: Wat is kennis eigenlijk?
College 6: Hoe zit de ziel in het lichaam?
College 7: Hoe is de mens uniek?

College 8: Wat is goed en kwaad? En wat is de zin van alles?

Pouwel Slurink

Dr. Pouwel Slurink is een filosoof die al uitgebreid schreef en doceerde over de implicaties van de evolutiebiologie voor de filosofie. Zijn proefschrift uit 2002 heette "Why some apes became humans".