Menu

Marginalen in de zeventiende en achttiende eeuw

Armoede en ellende in het katholieke zuiden van Nederland

Marginalen in de zeventiende en achttiende eeuw
  • Cursusnummer: 21N27
  • Vakgebied: Geschiedenis
  • Locatie: Eindhoven
  • Seizoen: Najaar 2021
  • Dag: Maandag
  • Uiterste inschrijfdatum:
    8 Oct 2021
  • Tijd: 10.30 - 12.15 uur
  • Cursusdata: 11-oct , 18-oct , 01-nov , 08-nov , 15-nov , 22-nov , 29-nov
  • Prijs: € 215 (7 colleges)
  • Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen/discussie
  • Literatuur:

    De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.

  • Opmerkingen:

    Reservedatum inhaalcollege 6 december

Marginalen in de zeventiende en achttiende eeuw

De term Gouden Eeuw wordt steeds meer beladen, ook voor Holland in de zeventiende eeuw. Voor Brabant en Limburg geldt die term in ieder geval niet voor die eeuw.  De staatkundige, godsdienstige en economische omstandigheden in deze provincies verschilden in de zeventiende en achttiende eeuw wezenlijk van die van de andere provincies van Nederland. Ook de militaire situatie was totaal anders. In Holland werd er in het kader van de ‘Tachtigjarige Oorlog’ na 1600 nauwelijks meer gevochten. In het zuiden, vooral in Limburg, bracht de Vrede van Munster in 1648 absoluut geen einde aan het militaire geweld waaronder vooral het platteland nog enkele decennia vreselijk leed. Boeren moesten zich soms verschuilen voor rondtrekkende militairen. De bevolking werd door de verschillende oorlogvoerende partijen afgeperst. 

Gereformeerde regenten en predikanten gingen in Brabant de scepter zwaaien. Uit Limburg werden gereformeerden verjaagd. Katholieken in Brabant zochten hun heil in schuilkerken  of in kerken in gebieden die niet tot de Republiek behoorden. Niet alleen om godsdienstige redenen, maar ook om economische motieven trokken mensen weg. De criminaliteit nam toe. In een vestingstad als ’s-Hertogenbosch tierde de prostitutie welig. Door de toename van bedelaars en zwervers en criminele bendes nam de onveiligheid op het platteland toe.

In zeven colleges worden de maatschappelijke ontwikkelingen in de zeventiende en achttiende eeuw bekeken. De aandacht gaat daarbij uit naar de onderlaag van de maatschappij en de outcasts (de marginalen). Zowel de stad (met name Eindhoven, Helmond, Weert, ’s-Hertogenbosch) als het platteland komt aan bod. 

Onderwerpen per college:

1: Staatkundige organisatie, criminaliteit en rechtspraak. 

2:  Verpaupering van een stad aan de rand van de Peel (met name in Eindhoven en Helmond en Weert als voorbeeld).

3:  Prostitutie in de vestingstad ’s-Hertogenbosch.

4:  Plattelandsbevolking zoekt veilig heenkomen: de organisatie van boerenschansen.

5:  Onderdrukking katholieke geloofsbeleving (organisatiestructuur katholiek kerk, sluiting kloosters, verdwijnen processies, komst schuilkerken en grenskerken, bedevaarten over de grens) 

6:  Migratie, komst Joden en trek naar Holland om economische redenen.

7:  Criminele bendes en bedelaars (en vagebonden, Zwartmakers, Groot Nederlandse en Brabantse bende) 

Jos Wassink

Dr. Jos Wassink studeerde geschiedenis en na zjin examen hogere archiefambtenaar heeft hij gewerkt bij het Rijksarchief in Noord-Brabant en als gemeentearchivaris van Weert.  Zijn proefschrift handelt over rechtspraak en bestuur in de periode 1568-1795. Toen hij provinciaal historicus van Utrecht werd, ging hij weer in ’s-Hertogenbosch wonen. Nu heeft hij weer tijd om zich bezig te houden met zijn passie: de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch in de zeventiende en achttiende eeuw.

Uit eerdere evaluaties over deze docent:
"Enthousiaste docent die mede met zijn zeer brede kennis van de materie vlot kan inspelen op vragen van de cursisten."
"Alle lof voor de docent. Een gedreven man, met veel liefde voor zijn vak. Hij wilde van de cursus een succes maken en hij had er veel werk van gemaakt."