Menu

Van Simon Stevin tot Martinus van Marum

De erfenis van Aristoteles en hoe Nederlandse natuurwetenschappers zich daarvan losmaakten

Van Simon Stevin tot Martinus van Marum
  • Cursusnummer: 21V28
  • Vakgebied: Natuurwetenschappen
  • Locatie: Eindhoven
  • Seizoen: Voorjaar 2021
  • Dag: Dinsdag
  • Uiterste inschrijfdatum:
    1 Mar 2021
  • Tijd: 10.30 - 12.15 uur
  • Cursusdata: 02-mar , 09-mar , 16-mar , 23-mar , 30-mar , 06-apr
  • Prijs: € 191.00 6 colleges
  • Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen/discussie
  • Literatuur:

    De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.

  • Opmerkingen:

    Reservedatum 13 april.

Van Simon Stevin tot Martinus van Marum

Tot in de late middeleeuwen konden natuurwetenschappers niet heen om wat Aristoteles geleerd had. Langzamerhand maakten zij zich daarvan los. 
In deze lessenreeks komen we uit bij vier Nederlanders die tussen 1500 en 1800 op het gebied van de natuurkunde tot de internationale top behoorden. 
De cursusopzet is erop gericht interessant te zijn voor zowel alfa’s als bèta’s. 

De opbouw van de cursus is als volgt:
College 1: Aristoteles (vierde eeuw voor Christus)

De natuurfilosofie van Aristoteles heeft een grote overtuigingskracht en domineert, ondanks enkele hardnekkige tegenstrijdigheden met de waarneembare werkelijkheid, gedurende meer dan anderhalf millennium de westerse natuurwetenschap. 

College 2: Aristotelisme (late middeleeuwen) 

Zodra dankzij de Arabieren de werken van Aristoteles in detail bestudeerd kunnen worden, proberen wetenschappers aan de universiteiten de leer van Aristoteles in overeenstemming te brengen met de christelijke leer. Enkelen proberen oplossingen te vinden voor wat natuurwetenschappelijk gezien problematisch is in de leer van Aristoteles. Zonder experimentele traditie is het echter moeilijk te onderkennen waardoor de natuur zich niet volgens het boekje gedraagt. 

College 3: Simon Stevin (rond 1600)

Hij komt uit Brugge, maar ontvlucht de Spanjaarden door naar Delft te verhuizen. Tijdens de Opstand is hij een steunpilaar van Maurits van Oranje. Stevin is beroemd om zijn ingenieurswerken (statica), maar evenzeer om zijn pleidooi voor het gebruik van de volkstaal. Ruim voordat Galileo Galilei dat in Pisa deed toonde hij proefondervindelijk aan dat de overgeleverde theorie van de valbeweging niet rijmt met de werkelijkheid.

College 4: Christiaan Huygens (rond 1650)

Huygens wordt wel gezien als de grootste Nederlandse natuurkundige (mechanicisme). Hij correspondeert met buitenlandse geleerden, komt in Frankrijk aan het hoofd te staan van de Académie Royale des Sciences. Hij bedenkt een manier om slingerklokken gelijk te laten lopen, hij ontdekt de ringen van Saturnus en formuleert een golftheorie voor de voortplanting van licht. In Londen bezoekt hij Isaac Newton en verschilt met hem van mening.

College 5:

Antoni van Leeuwenhoek (rond 1700)

Na de bloeiperiode van de Gouden Eeuw komt niet alleen de economische maar ook de wetenschappelijke ontwikkeling in de Nederlanden op een lager pitje te staan. Eén persoon torent boven zijn collega’s uit door de fascinerende ontdekkingen die hij doet met zijn microscoop (optica). Hij correspondeert met de Royal Society in Londen.

College 6: Martinus van Marum (rond 1800)

In de achttiende eeuw komen in Frankrijk, Engeland en ook in Nederland genootschappen van burgers op. Het is de tijd van de Verlichting. Dankzij de nalatenschap van een in de lakenhandel rijk geworden koopman kan in Haarlem het eerste museum van Nederland ingericht worden. Van Marum wordt de directeur van dit Teyler’s Museum, waar hij een gigantische elektriseermachine bouwt (elektriciteit). 

De grote natuurkundige ontwikkelingen spelen zich echter buiten Nederland af. Hoe anders zal dat een eeuw later zijn!

Jan Willem Lackamp

Drs. Jan Willem Lackampstudeerde theoretische natuurkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, met bijvak natuurfilosofie. Aan het Wagenings Lyceum was hij leraar natuurkunde en schoolleider. Vervolgens was hij rector van het Mondriaan College in Oss. Hij is lid van de redactie van Exaktueel, bron van actuele natuurkundeopgaven (op natuurkunde.nl) en was medeauteur en eindredacteur van Bèta in het dagelijks leven.