Menu

Leergang Architectuur en kunst van Europese Landen, deel 3

Oostenrijk- Hongarije

Leergang Architectuur en kunst van Europese Landen, deel 3
Architectuur en kunst van Europese landen
  • Cursusnummer: 21V04
  • Vakgebied: Kunst- en cultuur(geschiedenis)
  • Locatie: Tilburg
  • Seizoen: Voorjaar 2021
  • Dag: Dinsdag
  • Uiterste inschrijfdatum:
    25 Jan 2021
  • Tijd: 13.00 – 14.45 uur uur
  • Cursusdata: 26-jan , 02-feb , 09-feb , 23-feb , 02-mar , 09-mar , 16-mar , 23-mar , 30-mar , 06-apr
  • Prijs: € 283.00 (10 colleges inclusief lesmateriaal)
  • Werkvorm: Hoorcollege met mogelijkheid tot vragen/discussie
  • Literatuur:

    De docent stelt digitaal lesmateriaal beschikbaar.

  • Opmerkingen:

    13 april reservedatum

Leergang Architectuur en kunst van Europese Landen, deel 3

Der Zeit ihre Kunst, der Kunst ihre Freiheit’ staat er op het Sezessiongebouw in Wenen (1898). Deze uitspraak kan als leidraad dienen voor een overzicht van de kunst in Oostenrijk (Habsburgse rijk en Donaumonarchie) door de eeuwen heen. Na een aarzelend begin in de Middeleeuwen met frescoschilderingen ontstonden de eerste kunstwerken van formaat in de 12e eeuw. Het fraaiste voorbeeld is het altaar van de edelsmid Nicolaas van Verdun in de abdij van Klosterneuburg.                                                          

De beeldhouwersfamilie Parler, die in de 14e eeuw de Schöne Stil introduceerde, was o.a. actief in Praag (St. Vitusdom). De bouw van de Stephansdom in Wenen vanaf de 12e eeuw was een stimulans voor de monumentale sculptuur in die stad. De beeldhouwers Anton Pilgram en Nicolaas van Leyden maakten voor deze kerk een aantal meesterwerken Het houtsnijwerk van Michael Pacher wordt door de aandacht voor plasticiteit en realisme beschouwd als een overgang van gotiek naar renaissance.                                                                                                                            

Een belangrijke vernieuwing tijdens de vroege Renaissance was de (landschaps-) schilderkunst van de Donauschool (A. Altdorfer en L. Cranach) Aan het eind van de 16e eeuw ontstond aan het hof van keizer Rudolf II in Praag een maniëristische schildersstijl. Hij nam buitenlandse kunstenaars in dienst, die tot de belangrijkste van hun tijd behoorden, zoals A.de Vries, B. Spranger en Arcimboldo.                              

In de 17de en 18de eeuw bereikte de Oostenrijkse kunst een hoogtepunt. In het kader van de Contrareformatie pakten de Kerk en de vorstenhuizen flink uit. De pompeuze visitekaartjes van Kerk en staat werden rijkelijk gedecoreerd met virtuoze wand- en plafondschilderingen en beeldhouwwerk. Er waren vele buitenlanders werkzaam aan het hof. De belangrijkste Oostenrijkse kunstenaars zijn de schilders Daniel Gran, de gebroeders Bartolomeo en Martino Altomonte, Franz Maulbertsch, Johann Michael Rottmayr, Martin Johann Schmidt, Paul Trager en de beeldhouwer Georg Raphael Donner.                                                                                                          

Na 1800 waren de Oostenrijkse kunstenaars voornamelijk gericht op het heroïsche verleden en de natuur. De verheerlijking leidde tot talrijke historische en landschapschilderingen van onder andere Hans Makart (1840-1884), de bekendste schilder uit de romantiek. De cultuur van de gegoede burgerij komt het best tot zijn recht in de Biedermeierkunst van F. Waldmüller.

Aan het eind van de 19de eeuw kwam de vrolijke en verfrissende kunstrichting op die internationaal bekend werd als Jugendstil of Sezession. Deze progressieve stroming triomfeerde in de drie belangrijkste steden van de Donaumonarchie: Wenen, Boedapest en Praag. Gustav Klimt creëerde in Wenen een aantal uiterst geraffineerde en toentertijd gewaagde schilderwerken. Het eigene van zijn werk zit vooral in de symboliek, zijn bewondering voor Byzantijnse mozaïeken en iconen die zich bijvoorbeeld uit door een overvloedig gebruik van de kleur goud, het rijke, decoratieve lijnenspel en de door de Japanse houtsnijkunst beïnvloede verfijning.                I
In de Wiener Werkstätte fabriceerden Josef Hoffmann en Kolo Moser interieurs en gebruiksgoederen in de nieuwe stijl van de Sezession.

De avant-gardebeweging aan het begin van de 20e eeuw bestond uit een mengeling van expressionisme (Egon Schiele en Oskar Kokoschka), kubisme (Fritz Wotruba) symbolisme (Alfred Kubin, Joseph Rippl Ronai) en abstractie (F. Kupka). Ook het Bauhaus kende veel navolgers in Midden-Europa. Hedendaagse kunstenaars van naam zijn F. Hundertwasser (transautomatisme),  A. Rainer (informele kunst), V. Vasarely (optische kunst), F. West (land art) en E. Wurm (sculptuur).

Joris van Sleeuwen

Drs. Joris van Sleeuwen is in 1991 als kunsthistoricus afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Voordien behaalde hij in 1982 aan de KU Nijmegen zijn doctoraal geschiedenis. Hij is gespecialiseerd in architectuurgeschiedenis. Vanaf 1987 is hij werkzaam in het volwassenenonderwijs en verzorgt hij HOVO-cursussen, lezingen en kunstreizen.

 

Uit eerdere evaluaties over deze docent:
"Een levendige docent die je meeneemt in zijn passie voor architectuur, kunst en geschiedenis. Hij vertelt echt een verhaal. De stof die hij als pdf aanbiedt, is een verdieping op wat hij verteld heeft. Heerlijk! Dat is college geven".