Cursus
Giacomo Puccini en zijn opera’s
“Ik houd van piccola cosa, van kleine zaken en wil en kan alleen muziek maken over kleine zaken, als ze echt zijn, gepassioneerd en menselijk, en direct naar het hart gaan.” Het zijn dan ook die kleine zaken waar Puccini groots in is.
Giacomo Puccini stamt uit een oud geslacht van kerkmusici uit Lucca. Toen hij de opera Aida van Verdi hoorde, wist hij het zeker: hij wil kost wat het kost operacomponist worden. Hij gaat muziek studeren aan het conservatorium te Milaan waar hij onder andere les krijgt van Ponchielli en leidt een bohèmienachtig studentenleven. Zijn eerste opera, Le villi, heeft een redelijk succes. Daardoor komt hij in contact met de uitgever Giulio Ricordi die zijn geestelijk vader wordt en zijn werk uitgeeft. Met de opera Manon Lescaut breekt hij definitief door. Daarna volgt een hele rij succesvolle opera’s: La Boheme, Madama Butterfly, Tosca en zijn laatste, onafgemaakte opera, Turandot. Opmerkelijk in zijn opera’s zijn de prominente en met veel emoties getekende vrouwelijke personages. Puccini heeft een fascinatie voor jonge vrouwen met een bepaalde geestelijke onschuld en zuiverheid, gecombineerd met een niet onbesproken levenswandel: Manon, Mimi, Tosca, Butterfly, Magda, Suor Angelica. Hij bezit de kracht zich te identificeren met zijn hoofdpersonages en het publiek te laten meevoelen. Hij is steeds op zoek naar echte mensen, het echte leven, de echte emotie.
Puccini is een van de belangrijkste muziekdramaturgen uit de operageschiedenis. Zijn werk blinkt uit door een onfeilbaar instinct voor het theater, meeslepende melodische vindingen en muzikale vernieuwingen, waarmee hij het milieu in zijn opera’s schildert.
Puccini’s is de laatste grote componist van de Italiaanse belcanto. Zijn opera’s veroverde alle grote podia ter wereld en hij geldt als de populairste operacomponist sinds het einde van de 19e eeuw. In de cursus komen zijn opera’s aan bod met aandacht voor de ‘piccolo cosa’. Dit met behulp van geluid- en beeldfragmenten.
