De periode rond 1900 is er een waarin grenzen werden overschreden. Niet alleen in de zin van het begin van een nieuwe eeuw en halverwege het tweede decennium daarvan wat het uitbreken van de eerste wereldoorlog betreft; ook binnen de kunsten was men op zoek naar nieuwe wegen. Belangrijke ontwikkelingen op muziekgebied in die tijd staan in het teken van het loslaten van toonsoorten als basis voor het componeren: de ontwikkeling van de atonaliteit.
De muziekcultuur rond 1900 in Wenen waarin de atonale composities van de componisten Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern, de zogenaamde Tweede Weense school, met veel argwaan werden ontvangen, vormt het decor van deze cursus. Nog steeds kan deze muziek zich niet in een overweldigende belangstelling van het grote publiek verheugen, en de atonale muziek die als zodanig een revolutionair karakter had, is dan ook geenszins een echte bedreiging voor de traditie gebleken. Nog in 1947 gebruikte Richard Strauss, die de atonale schrijfwijze wel had verkend, een laat-romantische stijl voor zijn beroemd geworden ‘Vier Letzte Lieder’. Maar het atonale componeren is wel goed te begrijpen tegen de achtergrond van de ontwikkeling van abstracte kunst in het algemeen rond 1900.
De muziekcultuur tussen traditie en avant-garde in Wenen rond 1900 staat centraal in deze cursus waarin ook ruimschoots aandacht is voor de ontwikkelingen op het gebied van beeldende kunst en literatuur in die periode.
Aan de hand van veel luistervoorbeelden wordt ingegaan op de ideeën van de muzikale avant-garde en de idealen van de componisten van de Tweede Weense school. De begrippen ‘tonaliteit’ en ‘atonaliteit’ worden verklaard en de consequenties die het doorbreken van de tonale ‘wetten’ voor het componeren heeft gehad, komen aan de orde. Ook werk van componisten die in principe tonaal bleven schrijven maar die wel tot de ‘vernieuwers’ kunnen worden gerekend, zoals bijvoorbeeld Gustav Mahler, wordt besproken en beluisterd. En om een zo compleet mogelijk beeld van deze periode te krijgen is er ook aandacht voor schilders als Gustav Klimt van wie aan de hand van beeldmateriaal een aantal belangrijke werken in verband met muziek wordt besproken, zoals bijvoorbeeld de Beethovenfries die hij voor het Sezessionsgebouw in Wenen maakte. Tenslotte passeren ook de satyrische schrijver Karl Kraus en dichter Peter Altenberg de revue.